M E D I C A L
+32 (0)3 653.08.01
Maandag-Vrijdag: 9:00 - 17:00

Sinuslift en botopbouw – uitleg

Het doel van een botopbouw is het geschikt maken van de onder- of bovenkaak voor het plaatsen van implantaten. Wanneer een tand of kies wordt verwijderd, verandert de vorm van de kaak. De kaak wordt na enkele maanden vaak smaller en lager. Hierdoor is het niet altijd mogelijk om direct een implantaat te plaatsen. Een implantaat moet immers stevig in het bot geplaatst worden.

Wanneer er onvoldoende bot aanwezig is, dan wordt het plaatsen van een implantaat voorafgegaan door een botopbouw. Uw kaak kan worden verbreed en/of verhoogd. Soms is het ook nodig om de bodem van de neusbijholte in de bovenkaak op te vullen met bot (dit wordt een sinuslift genoemd). Zo wordt als het ware een nieuw fundament gecreëerd waarin het implantaat houvast kan vinden.

Sinuslift – botopbouw in de bovenkaak

Onderzoek

Wanneer u zich meldt voor uw eerste afspraak zal er een röntgenfoto worden gemaakt die de hoogte en dikte van het bot in de kaak laat zien. De gegevens van deze röntgenfoto, samen met het klinisch onderzoek, bepalen of er bij u een botopbouw nodig is en op welke manier deze botopbouw zal plaatsvinden.

Lichaamseigen bot

Wanneer er één of twee tanden of kiezen worden vervangen door een implantaat en er onvoldoende bot aanwezig is om het implantaat direct te plaatsen, dan kan het bottransplantaat vaak uit uw mond worden genomen. Veelgebruikte plaatsen om bot te nemen zijn de regio van de verstandskies, de kinstreek of achteraan in de bovenkaak.

Mist u veel meer tanden en kiezen (bijvoorbeeld bij een volledige bovenprothese), dan kan het zijn dat de hoeveelheid bot niet uit de mond gehaald kan worden. In dat geval kan de kaakchirurg uw kaak herstellen met een blokje bot uit uw bekkenkam. Deze behandeling gebeurt onder narcose, en daarna blijft u één nacht op de verpleegafdeling.

Kunstbot (ook wel “bot uit een potje”) gebruiken we als aanvulling bij lichaamseigen bot of soms alleen bij een kleine botopbouw (bijvoorbeeld een mini-sinuslift). Een grote botopbouw uitsluitend met kunstbot duurt doorgaans te lang voordat het omgezet is in voldoende stevig bot waarin geïmplanteerd kan worden.

Behandeling op de polikliniek (bot uit de mond)

Vóór de behandeling krijgt u een plaatselijke verdoving. Deze verdoving zorgt ervoor dat de behandeling pijnloos verloopt. U krijgt een steriel laken over de borst en ogen: dit beschermt tegen de felle lamp en helpt ons zo schoon mogelijk te werken. Wanneer de verdoving is getest, wordt het tandvlees opzij geschoven op de plaats waar extra bot nodig is. Daarna wordt bot verwijderd (bijvoorbeeld achterin de kaak bij de verstandskies of eventueel kin), op maat gemaakt en vastgezet met een klein titanium schroefje. Het tandvlees wordt gesloten met hechtingen die langzaam oplossen. Bij een mini-sinuslift wordt in de neusbijholte een klein luikje gemaakt en wordt het slijmvlies voorzichtig omhooggeklapt; daaronder wordt bot aangebracht. Deze behandeling duurt ongeveer 15 tot 30 minuten.

Behandeling in narcose (bot uit de bekkenkam)

Op de dag van de operatie wordt u opgenomen. Onder narcose wordt een stukje bot uit uw bekkenkam verwijderd. In uw mond wordt het tandvlees opzij geschoven en wordt bot aangebracht. Indien nodig wordt ook een luikje naar de neusbijholte gemaakt en wordt het slijmvlies aan de kant geschoven zodat bot onder het slijmvlies kan worden aangebracht. Daarna wordt het tandvlees teruggelegd en vastgehecht met hechtingen die langzaam oplossen. Deze behandeling duurt ongeveer 1 uur. Na de operatie blijft u één nacht in het ziekenhuis. U mag voorzichtig lopen, maar de wond aan de bekkenkam kan pijnlijk zijn; hiervoor krijgt u pijnstillers voorgeschreven.

Na de behandeling

De plaatselijke verdoving is na 2 tot 4 uur uitgewerkt. U kunt dan napijn krijgen; daarom is het vaak verstandig al vóór het uitwerken van de verdoving een eerste pijnstiller in te nemen (volgens uw instructies). U krijgt een recept mee. Het voorgeschreven mondspoelmiddel start u de dag na de behandeling.

Zwelling en pijn kunnen optreden en ervoor zorgen dat u uw boven- en/of onderprothese de eerste week niet kunt dragen. Bij een plaatselijke botopbouw is zwelling vaak geringer. Zwelling is na 2 dagen meestal het grootst en neemt daarna geleidelijk af. Koelen van de wangen kan prettig zijn en helpt soms tegen zwelling.

Verdere verzorging

Voor de verzorging van het gehechte tandvlees gebruikt u het voorgeschreven mondspoelmiddel. De eerste 2 weken gebruikt u best zachte voeding om het aangebrachte bot zo weinig mogelijk te belasten. Roken wordt in deze periode sterk afgeraden, omdat dit de wondgenezing en botingroei negatief beïnvloedt.

Het vervolg

Twee weken na de botopbouw komt u op controle. Eventuele hechtingen worden verwijderd. Als het nodig is, passen we uw prothese aan zodat u die weer kunt dragen. Drie tot vijf maanden na de botopbouw (afhankelijk van plaats en hoeveelheid bot) is de ingroei doorgaans voldoende. Dan kunnen eventuele schroefjes worden verwijderd en is uw kaak klaar voor het plaatsen van implantaten.

Onze troeven

Kennis

Onze tandartsen onderscheiden zich door opleiding, ervaring en actuele vakkennis.

Technieken

Met moderne technieken kunnen behandelingen efficiënt en zorgvuldig worden uitgevoerd.

Ervaring

U kunt rekenen op jarenlange klinische ervaring en een persoonlijke aanpak.

Heeft u vragen?